Tiende generatie
Kinderen Pieter Wytzes van der Sluis (1821 - 1895)


4.1.10.1
WIJTZE PIETERS, landbouwer

3-5-1844 Hemrik - 17-9-1916 Drachten
x Yfke Louis' Landmeter, Smallingerland 6-6-1878
9-4-1837 Boornbergum - 24-12-1910 Drachten
dv Louis Kornelis' Landmeter en Antje Kornelis' Bosma

Wijtze Pieters was als vrijgezel landbouwer te Lippenhuizen. In 1870 kocht hij van zijn zuster Aafke haar aandeel in het ouderlijk huis dat zij na de dood van hun moeder hadden geërfd. Na zijn huwelijk erfde hij van zijn schoonfamilie een boerderij in De Wilgen onder Boornbergum. Dat was reden om boelgoed te houden te Lippenhuizen, de opbrengst daarvan was fl. 1917. De veestapel omvatte veertien koeien, zeven schapen, acht biggen en een paard. De boerderij in De Wilgen werd verhuurd, het echtpaar verhuisde eerst naar Opeinde en later naar Drachtster-Compagnie.
In zijn testament wees hij als erfgenamen aan zijn neef Durk Johannes Hoitinga, zie hierna, en Johannes Jager, vermoedelijk de huurder van de boerderij. Die verdeelden de opbrengst van het huis in De Kompenije (fl. 1275) en de resterende onroerende goederen, gewaardeerd op fl. 19.000.
In 1902 werden Wietze Pieters van der Sluis en Pieter Ludzers de Boer eigenaar van een handkrachtzuivelfabriek aldaar, in 1908 werd deze een coöperatieve zuivelfabriek.

4.1.10.3
AAFKE PIETERS

24-7-1845 Hemrik - 16-4-1920 Roordahuizum
x Johannes Hoitinga, boer, Idaarderadeel 23-10-1867
10-11-1837 Roordahuizum - 10-1-1915 Roordahuizum
zv Durk Johannes Hoitinga en Pietje Sjoerds Hoekstra

Uit dit huwelijk: 1. Durk (1868-1868) 2. Durk (1870-1942), arbeider en melktapper, x Grietje Sypersma 3. Jantje (1873-1877) 4. Pieter (1881-1883)

Toen moeder Jannetje Jans Wibbelink overleed, bleef Pieter Wytzes achter met 3 jonge kinderen, waarvan Aafke de middelste was. Te oordelen naar het bevolkingsregister is Aafke op 13 juli 1864, een half jaar nadat haar jongere zuster Janke was overleden, als dienstbode naar Roordahuizum gegaan. Ze ging daar wonen bij het gezin van haar oom Herre Aukes Wartena en tante Sytske Wytzes van der Sluis. Aafke trouwde met Johannes Durks Hoitinga uit Roordahuizum, en als haar beroep wordt in de huwelijksakte ‘dienstbode’ vermeld. Net als bij Janke staat als woonplaats Hemrik, verblijvende te Roordahuizum.
Johannes en Aafke woonden achtereenvolgens in Roordahuizum, Beers, Jorwerd en Irnsum, waar Johannes arbeider was. In 1909 wordt hij vermeld als fabrieksarbeider in Sneek. De laatste jaren hebben ze weer in Roordahuizum gewoond. Drie van hun kinderen overleden jong, slechts één zoon is volwassen geworden.

4.1.10.4
JANKE PIETERS, dienstmeid te Roordahuizum

29-3-1847 Hemrik - 12-10-1863 Roordahuizum
ongehuwd

Janke Pieters is maar 16 jaar geworden. Toen ze nog maar 3 en een half jaar oud was, overleed haar moeder. Haar vader Pieter bleef achter met 3 jonge kinderen. Drie andere kinderen waren jong overleden. Kinderen van weduwnaars werden meestal bij familie ondergebracht, en zo ging het ook met Janke.
Drie jaar na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwde Pieter Wytzes met Martzen Douwes Dijkstra. Vermoedelijk is Janke Pieters dus al jong terechtgekomen bij haar oom Herre Aukes Wartena en tante Sytske Wytzes van der Sluis. Herre Auke was boer en eigenaar van het bekende logement De drie Romers. Ongetwijfeld zal daar genoeg werk te doen zijn geweest voor Janke. Janke heeft maar kort geleefd, ze werd ziek en overleed op 16-jarige leeftijd. Herre Aukes Wartena, oud 62 jaren, oom van de overledene, doet aangifte van haar overlijden in de gemeente Idaarderadeel. De akte wordt later overgeschreven naar Opsterland.

4.1.10.7
DOUWE PIETERS, arbeider te Dronrijp

14-8-1854 Hemrik - 6-1-1937 Assen
x Antje Willems Terluin, Menaldumadeel 17-5-1883
13-4-1862 Tzummarum - 20-5-1914 Leeuwarden
dv Willem Geerts Terluin en Foekje Jelles Feenstra

1. Willem 17-2-1884 - 5-5-1884 Dronrijp
2. Foekje Martje 4-8-1885 Dronrijp
3. Martje 21-4-1889 Dronrijp


achter: Antje Terluin en Foekje Martje Bergsma-van der Sluis
voor: Hantje Bergsma (dochter van Foekje), Willem Terluin en Douwe Pieters van der Sluis

Douwe Pieters vertrok al voor zijn huwelijk voor korte tijd naar de gemeente Utingeradeel, waar hij ingeschreven stond als ‘bediende’. Daarna vertrok hij naar Dronrijp, in de toenmalige gemeente Menaldumadeel. Volgens het bevolkingsregister is hij binnen het dorp een aantal keren verhuisd. Als beroep wordt vermeld ‘arbeider’, later ‘fabrieksarbeider’. Volgens zijn nakomelingen werkte hij op de coöperatieve zuivelfabriek ‘De Volharding’ in Dronrijp. Douwe en zijn vrouw Antje Willems Terluin kregen drie kinderen. De oudste overleed al na enkele maanden. Dochter Foekje Martje trouwde met Haantje Bergsma, afkomstig uit Achlum. Haantje was eerst boerenknecht (volgens het Militieregister), later kaasmaker in Arum, daarna botermaker in Achlum. Voor boerenarbeiders was werk in de zuivel een manier om maatschappelijk vooruit te komen. Op 17 januari 1908 kwam hij echter om het leven bij een bedrijfsongeval. Zijn vrouw Foekje Martje is dan zwanger. Op 10 juni 1908 bevalt ze van een dochter Hantje (met één a, maar duidelijk naar haar vader genoemd). Een maand later verhuizen Douwe, Antje, Foekje Martje en haar dochter naar Leeuwarden en gaan wonen aan de Sumatrastraat 3. Er staat verder geen beroep meer van Douwe Pieters vermeld. In het bevolkingsregister staat bij de naam van Foekje Martje: weduwe, rente Ongevallenwet. Blijkbaar lag het ongeval buiten de schuld van Haantje en had Foekje Martje recht op een uitkering. Jongste dochter Martje woonde op hetzelfde adres. Zij trouwde met de timmerknecht Bote van der Wal.


Franeker Courant 19-1-1908


4.1.10.8
ALLE PIETERS, arbeider en koemelker te Hemrik

4-1-1857 Hemrik - 25-3-1926 Hemrik
x Jinke Jeeninga, Schoterland 9-2-1882
14-9-1846 Luxwoude - 1-3-1926 Hemrik
dv Piertje Feddes Jeeninga, weduwe van Ieme Jans van der Draai

1. Pieter 8-3-1882 Jubbega
2. Harm 20-4-1885 Hemrik - 23-9-1899 Groningen
3. Martje 5-2-1887 - 14-4-1888 Hemrik
4. Wietze 10-6-1890 Hemrik

Na de dood van zijn ouders kocht Alle Pieters het ouderlijk huis van zijn halfbroer Wietze voor fl. 2750. Hij leende daartoe fl. 2000 van Jacobje Velde, de weduwe van Wobbe Alles van der Sluis. In 1904 liet hij op dezelfde plek een nieuw huis bouwen.
Bij zijn dood bleek dat hij wel degelijk vooruitgekomen was in de maatschappij. De erfenis kwam op ruim fl. 13.000. Omdat nooit was afgerekend met de beide zoons uit het eerste huwelijk van Jinke, was er een ingewikkelde rekenpartij nodig om tot een eerlijke verdeling te komen. Beide zonen Van der Sluis kregen uiteindelijk elk fl. 4926.



4.1.10.9
AUKJE PIETERS

4-3-1860 Hemrik - 16-3-1897 Lippenhuizen
x Siete Alberda, arbeider, Opsterland 6-3-1885
20-6-1857 Hoornsterzwaag - 19-2-1891 Lippenhuizen
zv Jan Sietes Alberda en Trijntje Oenes Kalsbeek
x Wybe van der Sloep, arbeider, Opsterland 13-3-1896
21-12-1859 Lippenhuizen - 4-1-1935 Lippenhuizen
zv Anne Wybes van der Sloep en Tjitske Pieters de Vries

Uit het eerste huwelijk: 1. Jan (1886-1958), ongehuwd, Wouterswoude 2. Martje (1889-1975) x Berend Minnema, Aalsum, Wouterswoude

Over Siete Jans Alberda is weinig te vinden. Volgens de Militieregisters werd hij vrijgesteld vanwege broederdienst. In zijn huwelijksakte staat hij vermeld als arbeider in Lippenhuizen, bij Aukje staat aangegeven ‘arbeidster’. Opvallend genoeg wordt ze nog steeds als zodanig aangeduid in de geboorteakte van het eerste kind. Siete Alberda koopt in 1867 een perceeltje land in Lippenhuizen voor zichzelf. Hij overleed echter al op 33-jarige leeftijd. Vijf jaar later trouwde Aukje met Wybe van der Sloep.

4.1.10.10
SIETSKE PIETERS

26-4-1862 Hemrik - 19-2-1938 Wijnjeterp
x Sietze Otten, arbeider, Opsterland 3-6-1887
7-11-1856 Donkerbroek - 14-11-1940 Sneek
zv Hendrik Jacobs Otten en Eltien Wolters de Vries

Uit dit huwelijk: 1. Pieter (1890-1939) x Joukje Rooks 2. Eltje (1891-1918) x Bauke van der Sloep, x Klaas Siegersma 3. Martje (1893-1968) x Anne Krikke

Ook Sietske en Sietze proberen vooruit te komen. In januari 1902 huurt Sietze voor den tijd van vijf aaneenvolgenden jaren twee delen van een perceel bouwland van ongeveer 4 hectare 50 are bouwland vóór Nijtap, achter de dwarsvaart in Hemrik van de dan al 82-jarige Hermina Suardus Posthuma, de weduwe van Pier Jans van der Sluis. Hermina overlijdt echter al na twee jaar. Zoon Engbert Piers is degene die alles regelt. Gezien zijn sociale instelling zal hij dit project gewoon hebben voortgezet na het overlijden van zijn moeder. De verhuring vond plaats in 23 percelen door nummerpaaltjes-aangeving, beginnend aan den noordkant. De huurders zijn arbeiders uit Hemrik, Wijnjeterp en Lippenhuizen. De huurprijs is f 2,50 per deel. In 1919 koopt Sietze (nu met als beroep ‘koemelker’) een perceeltje veen aan de Vagevuurswijk, ook wel Pieter Wytzeswijk genoemd. De verkoopster is Tjitske van der Sluis, wed. Bernard W. Somer.